Hoofd menu
  • Start
  • Tarieven
  • Openingsuren
  • Geschiedenis
  • Contact
  • Links

Geschiedenis

De essentie van het kegelen is altijd en overal hetzelfde geweest: het met een bal omgooien van een aantal kegels. Werd eeuwen geleden op plat gestampte klei een baan uitgezet en met ronde stenen gegooid, nu zijn er vooral overdekte sportaccommodaties. Kegelhuizen met moderne banen van hout (parket) of kunststof die volkomen glad en geschaafd zijn, voorzien van automatische opzetmachines voor de kegels en de terugloop van de kegelballen. 

De oervorm van het kegelen, het rollen met de steen, later met de kogel, heeft vermoedelijk zijn oorsprong in het oude Egypte. In een Egyptisch kindergraf uit ongeveer 5000 voor Chr. zijn namelijk delen van een kegelspel, lijkend op het huidige spel teruggevonden. 

Een reconstructie van het spel, teruggevonden in het oude Egypte

kegeln35

 

Deze vondst bewijst dat het kegelen waarschijnlijk een der oudste spelsporten is.

De eerste duidelijke sporen van het kegelspel in Europa gaan terug tot in de Middeleeuwen. Uit diverse archieven is op te maken, dat in ieder geval al in de 12e eeuw het kegelspel werd gespeeld. Maar toen had dit spel kennelijk een bijzonder doel. Het was niet primair een sportieve krachtmeting of kunst, maar eerder een “spel” waarbij flink gegokt werd. Het ging daarbij soms om grote geldbedragen. Dit blijkt bijvoorbeeld uit een oorkonde van de Duitse stad Rothenburg uit 1157.

Hierin staat dat een jonge edelman de gelofte moet doen om zich tien jaar te onthouden van het kegelen voor geldbedragen. Zoniet, dan zou hem zijn totale vermogen worden ontnomen en zou hij de stad moeten verlaten.

Dit geeft aan dat het kegelen werd gebruikt voor gokdoeleinden. Ook andere oorkondes bevestigen dat beeld. Stadsraden en gemeenteraden moesten in die tijd steeds weer verboden uitvaardigen omdat het zogenoemde prijskegelen flink uit de hand liep. 

Ondanks of misschien wel juist dankzij deze verboden werd het kegelen toch voor het nageslacht behouden. Op volksfeesten bleef het kegelspel eeuwenlang in zwang als volksvermaak. Niet alleen het gewone volk, maar ook de geestelijkheid, de adel en de gegoede burgerij bleven het kegelspel beoefenen.

In kloosters werd het kegelspel met een bijzonder doel gespeeld: de kegel stelde het kwade, de duivel, voor en deze moest door de kegels om te werpen uitgebannen worden. Daarom beschikten talrijke kerkgenootschappen toendertijd over een eigen kegelspel.

In de tijd van de Reformatie probeerden her en der de (nieuwe) protestantse overheden de heersende zeden – of beter gezegd wat in hun ogen onzeden waren – af te schaffen. Een van de eerste Reformatie-verordeningen in het protestantse Basel  van Calvijn in 1529 ging dan ook over het kegelen: op zon- en feestdagen mocht tijdens de kerkdienst en voor één uur ’s middags niet meer gekegeld worden. 

Ondanks de herhaalde tegenwerking van burgerlijke en kerkelijke autoriteiten bleef men overal in Europa en dus ook in Nederland kegelen.

In de Gouden Eeuw (17e eeuw) werd het kegelen in Nederland zelfs het volksvermaak bij uitstek. Diverse bekende schilders maakten toen het kegelspel tot onderwerp van hun schilderijen. Ook in hofkringen was er belangstelling voor het kegelspel, zoals onder meer blijkt uit de aanleg van een kegelbaan bij paleis Het Loo door koning Willem II. 

In de 18e en 19e eeuw kreeg het kegelspel meer en meer een wedstrijdkarakter.

De eerste spelregels dateren voor zover bekend uit 1786. In zijn lexicon schreef de Berlijnse arts en wetenschapper J.G. Krünitz als eerste over 13 regels voor het kegelspel, die overigens grotendeels afwijken van de huidige spelregels. Twee van “zijn” regels bestaan echter eigenlijk nog altijd: 

1. Overschrijden van de startlijn is verboden.

2. De kogel moet voor een bepaalde lijn opgezet worden 

Van Schiller en Goethe is uit de overlevering en brieven bekend dat zij fanatieke beoefenaars van het kegelspel waren. In die tijd raakte het kegelspel als sport in Europa meer en meer ingeburgerd. 

In het begin van de 19e eeuw werden in Nederland de eerste kegelclubs opgericht. Deze clubs beoefenden het kegelspel in sociëteitsverband en hadden vaak een belangrijke sociale nevendoelstelling: het ondersteunen van armen en behoeftigen.

Door de verbetering van de leefomstandigheden in het Nederland van de 19e eeuw verloor deze maatschappelijke doelstelling geleidelijk aan betekenis. In plaats daarvan kwamen bij de kegelclubs de meer op sport gerichte doelstellingen centraal te staan. Het kegelen werd een echte wedstrijdsport.

Vanuit de clubs ontstond behoefte aan een landelijke structuur. Na eerdere initiatieven werd in 1911 de Koninklijke Nederlandse Kegelbond, K.N.K.B., opgericht waarbij zich alle lokale kegelbonden aansloten. 

Door de toenemende mobiliteit verspreidde de kegelsport zich over alle werelddelen. In Rusland heet het “Gorodka”, in Italië “Boccia”, in Schotland “Curling”  en in Frankrijk “Quiller”.

In 1952 werd dan ook de Fédération Internationale des Quilleurs (FIQ) opgericht, een wereldomvattende organisatie die verschillende kegelsporten verenigt.

Kortom, de kegelbal rolt op elk uur van de dag ergens op onze planeet!

 
Kegelkluis_03.jpg

Copyright © 2009 ---.
All Rights Reserved.

Theme Sponsored by wallstickers and Exchange Hosting